Items: (0)
Total: €0,00

Wat is verschil tussen rutiel, basische en cellulose laseleltroden ?

Wat is het verschil tussen rutiel, basische en cellulose laselektroden?

Beklede laselektroden zijn onder te verdelen in drie groepen: rutiel, basische en cellulose elektroden. Wat zijn de verschillen tussen deze soorten? 
Beerepoot Techniek Levert het programma van smitweld en Weldkar. Beide merken zijn inzetbaar voor proffesioneel laswek.

Rutiel laselektroden

Rutiel elektroden zijn gebruiksvriendelijk en kunnen nagenoeg met elk type lasapparaat, overal en in elke laspositie worden gelast. Dit is uiteraard afhankelijk van de lasser en de eisen van het te lassen product.


Traagstollende rutiel elektroden

  • De traagstollende rutiel elektroden is zeer geschikt voor het onder de hand lassen.
  • Ze zijn niet geschikt voor het vertikaal neergaand lassen.
  • Dikkere bekleding (dik of dubbeldik).
  • Zachte boog, weinig spatten, mooie aanvloeing en een goede slaklossing.
 

Middelmatigsnelstollende rutiel elektroden 

  • Met de middelmatig snelstollende rutiel elektroden kun je in alle posities lassen. 
  • Je kunt er ook naadoverbruggingen of grondlagen mee lassen in positie. 
  • Voor de meeste huis tuin en keuken lassers is het in het algemeen een allround elektrode. 
  • Dunnere bekleding dan de traag stollende rutiel elektroden. 
  • Redelijk zacht boog, een gering aantal spatten en een redelijk goede slaklossing.

De snelstollende rutiel elektroden

  • Met de snelstollende rutiel elektroden kun je in alle lasposities lassen maar ze zijn zeer geschikt voor het neergaand lassen. 
  • Heeft een dunnere bekleding en minder slakvorming.
  • Bij het in andere posities lassen dan bij vertikaal neergaand word de las wat boller en ruwer. 
  • Heeft een felle boog, vloeit goed aan, wat meer spatten, in andere posities een minder goede slaklossing.

 

Basische laselektroden

Basische elektroden onderscheiden zich van de andere elektroden door hun hoge kerftaaiheid bij lage tempraturen en kunnen voor alle voorkomende naadvormen in alle lasposities worden toegepast.

  • De basische elektroden start over het algemeen wat slechter dan een cellulose of een rutiel elektroden.
  • Je hebt basische elektroden voor alle posities. 
  • De bekleding is over het algemeen redelijk dik. 
  • De slaklossing is minder dan bij rutiel elektroden. 
  • Het lasuiterlijk is ook wat ruwer dan bij rutiel elektroden.
  • Het overbruggen van grote openingen gaat zeer goed.
  • Ze zijn zeer gevoelig voor vocht en tocht.[ opslag en houdbaarheid] 
  • Je moet met een korte booglengte lassen.
  • Het spat gedrag is ook wat meer dan bij rutiel elektroden.
  • Het vraagt een goede vaardigheid van de lasser.
  • Zeer geschikt voor het lassen van dynamische belaste constructies.
  • Geschikt voor verontreinigt materiaal, de slak neemt wat verontreinigingen op.
  • Bij het gebruik van een oude lastrafo of oude 220 volt lasmachine zal hij slecht of niet willen starten.

Beerepoot techniek levert hiervoor de universalis of de baso electroden.

 

Cellulose laselektroden

Cellulose elektroden worden in het algemeen toegepast voor het neergaand lassen van rondnaden in pijpleidingen die gebruikt worden voor het transport van gassen en vloeistoffen van bv. stad naar stad. Dit wordt ook wel Fleedweld-lassen genoemd. Een andere toepassing is het vertikaal neergaand lassen van damwanden en spanten in schepen.

  • De cellulose heeft een dunne bekleding en een geringe slakvorming en dus is zeer geschikt voor het neergaand te lassen van zowel een grondlaag als vul- of sluitlagen van rondnaden in een pijpleiding.
  • De lassnelheid en neersmeltsnelheid ligt vrij hoog ten opzichte van de ander elektrode waar men in dezelfde positie mee kan lassen.
  • Hij heeft een felle lasboog waardoor met als resultaat een wat ruwer lasuiterlijkt.
  • Hij is minder gevoelig voor tocht wat weer een voordeel is bij het lassen van een pijpleiding.
  • De voorbewerking van de rondnaad moet wel redelijk nauwkeurig gebeuren, vooropening 2 mm.
  • Hij is minder geschikt voor het lassen van andere lasposities hij geeft dan een zeer ruw lasuiterlijk en relatief veel spatten.
  • Ook is het lasgedrag van de boog fel en ruw en is het voor de meeste lassers minder prettig om er mee te lassen dan bijvoorbeeld rutiel elektroden. Het vraagt dan ook redelijk wat ervaring met het lassen van cellulose elektroden om er goed mee te kunnen lassen.
 
Volg ons op: